The impact of 3D printing on business models, service offerings and business processes (Pieter Van Wayenberge)

Context

Data en nieuwe informatie- en communicatietechnologieën (ICT) zijn de motor van innovatie in het bedrijfsleven. Technologische vernieuwingen kunnen disruptief werken (Danneels 2004). Oude manieren van werken en zakendoen (en de bedrijven die ze hanteren) verdwijnen om plaats te maken voor nieuwe spelers en bestaande bedrijven die op slimme manier innovaties integreren in hun business model, service offerings en bedrijfsprocessen. Een voorbeeld van een sterk opkomende ICT met potentieel voor disruptie is 3D printing. De 3D printing technologie laat toe om objecten in kunststof te printen gebaseerd op digitale ontwerpen. Dit opent enorm veel mogelijkheden voor verdere digitalisering van producten en het uitbouwen van e-business modellen voor sectoren die traditioneel geen producten via het Internet kunnen leveren.

Probleem- en doelstelling

Voor managers en ondernemers is het echter niet evident om de (potentiële) impact van 3D printing in te schatten. Onderzoek in Beleidsinformatica heeft tal van technieken voor Enterprise Modelling opgeleverd die gebruikt kunnen worden voor het beschrijven, ontwerpen en analyseren van business modellen, waardeproposities en service offerings, en bedrijfsprocessen (vb. Business Model Canvas (Osterwalder & Pigneur s.d.), Service-Dominant Strategy Canvas (Lüftenegger 2014), e3-Value Ontology (Gordijn & Akkermans 2001), Value Delivery Model & Notation (OMG 2015), Business Process Model & Notation (OMG 2013), Service Blueprint (Bitner et al. 2008) , Multi-Level Service Design (Patricio et al. 2011), Process Chain Networks (Sampson 2012), Capability-Driven Development (Berzisa et al. 2015), Work System Method (Alter 2008), etc.). De doelstelling van deze masterproef is om te onderzoeken hoe managers en ondernemers Enterprise Modelling kunnen gebruiken bij de besluitvorming omtrent het al dan niet inzetten van 3D printing bij het innoveren van het business model en/of de service offering en/of de bedrijfsprocessen. Hierbij zal de scope van het masterproefonderzoek beperkt worden tot enkele Enterprise Modelling technieken (minstens twee).

Basis onderzoeksvragen

Hoe kan Enterprise Modelling helpen bij het analyseren van de impact van 3D printing op het business model en/of de service offering en/of de bedrijfsprocessen?

Wat is de impact van 3D printing op het business model en/of de service offering en/of de processen van bedrijven?

Specifiekere onderzoeksvragen kunnen geformuleerd worden in functie van het soort impact dat verwacht wordt (vb. disruptief, efficiëntie-verhogend, etc.), waar de impact zich situeert (vb. business model transformatie, enkel op de bedrijfsprocessen maar niet op de waardepropositie, etc.) concrete toepassingen van 3D printing, de gekozen en te vergelijken Enterprise Modelling technieken en de aard van de beschouwde bedrijven (vb. industriesector, KMO of groot bedrijf, start-up of gevestigd, commercieel of overheid, etc.).

Methodologie

1. Literatuurstudie om inzicht te verwerven in 3D printing: Wat is het vernieuwende aan 3D printing? Welke toepassingen? Welke kennis is al aanwezig over de impact van 3D printing op het business model en het operating model? Bestaan er theoretische kaders die deze impact kunnen beschrijven, verklaren of voorspellen?

2. Literatuurstudie om inzicht te verwerven in Enterprise Modelling: Welke technieken bieden potentieel voor het analyseren van de impact van 3D printing? Welke technieken worden gekozen voor het onderzoek? Welke kennis is al aanwezig over de toepassing van deze technieken?

3. Verfijnen van de onderzoeksvragen op basis van de inzichten verworven uit deze literatuurstudies & op punt stellen van de methodologie in functie van de verfijning van de onderzoeksvragen

4. Data collectie: zoeken van in de literatuur gedocumenteerde case-studies van de toepassing van 3D printing door en in bedrijven; kiezen van case-studies, eventueel in functie van kenmerken van de toepassing en/of bedrijven.

5. Data analysis: toepassing van de gekozen Enterprise Modelling technieken op de case-studies. Welke inzichten over de impact van 3D printing​ levert de analyse op? Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen voor deze analyse van de onderzochte technieken?

6. Interpretatie van de onderzoeksresultaten: formuleren van antwoorden op de onderzoeksvragen; onderzoeken van mogelijkheid tot analytische generalisatie.

7. Concluderen: kritische reflectie op bijdragen van het onderzoek en beperkingen van het onderzoek; formuleren van mogelijkheden tot vervolgonderzoek

(noot: zie Recker (2013) voor onderzoeksmethodologie bij Beleidsinformatica onderzoek)

Voorbeelden

In het academiejaar 2016-2017 werden reeds twee masterproeven afgelegd over het thema ‘impact of emerging technologies and data-driven innovation on business models, service offerings and business processes’. Deze masterproeven hadden als specifieke doelstelling om na te gaan of de impact disruptief is of kan zijn.
(noot: deze masterproeven dienen louter als voorbeeld en niet als maatstaf voor verwachtingen aangaande de omvang en kwaliteit van de masterproef)

​Dhaenens, S. 2017. Enterprise Modelling als middel om de impact van Internet of Things op business en operating modellen te meten: een case study. Masterproef Bedrijfseconomie, Universiteit Gent.

Van Der Burgt, J. 2017. Cloud Computing as a disruptive or sustaining technologie: How can Enterprise Modelling help in analysing the impact of Cloud Computing on business and operating models?. Masterproef Bedrijfseconomie, Universiteit Gent.​​

Literatuurreferenties

Alter, S. 2008. Service system fundamentals: Work system, value chain, and life cycle. IBM Systems Journal 47(1): 71-85.

Berzisa et al. 2015. Capability Driven Development: An Approach to Designing Digital Enterprises. Business & Information Systems Engineering 57(1): 15-25.

Bitner, M.J., A.L. Ostrom, F.N. Morgan. Service blueprinting: A practical technique for service innovation. California Management Review 50(3): 66-94.

Danneels, E. 2004. Disruptive Technology Reconsidered: A Critique and Research Agenda. Journal of Product Innovation Management 21: 246–258.

Gordijn, J. & H. Akkermans. 2001. Designing and Evaluating E-Business Models. IEEE Intelligent Systems, July-August: 11-17.

Lüftenegger, E. 2014. Service-Dominant Business Design. Doctoraal proefschrift, Technische Universiteit Eindhoven.

OMG. 2013. Business Process Model and Notation, version 2.0.

OMG. 2015. Value Delivery Metamodel, version 1.0.

Osterwalder, A. & Y. Pigneur. s.d. Business Model Generation.

Patricio L., R.E. Fisk, J. Falcao e Cunha, L. Constantine. 2011. Multilevel Service Design: From Customer Value Constellation to Service Experience Blueprinting. Journal of Service Research 14(2): 180-200.

Recker, J. 2013. Scientific Research in Information Systems: A Beginner’s Guide. Springer.

Sampson, S.E. 2012 Visualizing service operations. Journal of Service Research 15(2): 182-198.

By Geert Poels

Geert Poels is head of UGentMIS, which he founded in 2005. He is Professor of Management Information Systems (since October 1, 2012) and member of the professorial staff of the Faculty of Economics and Business Administration, Ghent University (since October 1, 2002). He is member of the University Research Council. He also teaches and directs master dissertation research at IC Institute (Beersel, Belgium). Within UGentMIS he coordinates the Enterprise Modelling research cluster. His personal research and research together with academic scholars, companies, post-doctoral researchers, PhD students and Master students relates to six lines of research: (1) Design of a Business Process Architecture Description Language – with colleagues from UCLM, Spain; (2) Automated modelling of User Stories and Behaviour-Driven Design scenarios – with colleagues from SLU, United States & UGent PhD students Abhimanyu Gupta and Anis Amna; (3) Ontological analysis and design of Value Models and their integration into Enterprise Architecture – with colleagues from The Open University of The Netherlands and UNIBZ, Italy; in collaboration with the Dutch company VDMbee; and with Master students from IC Institute; (4) Redesigning the conceptual model of COBIT for IT Governance – with colleagues from Antwerp Management School; in collaboration with PwC and ISACA & UGent PhD student Dirk Steuperaert; (5) Enterprise Modelling for tactical information systems design, the 'informal enterprise', and capability management – with professors Renata Petrevska and Mijalche Santa from the universities of Bitola/Prilep and Skopje, Macedonia, respectively, and with Master students from IC Institute; (6) Enterprise Modelling for digital innovation – with UGent/VUB post-doctoral researcher Michaël Verdonck, UGent Master students and colleagues from the Vrije Universiteit Amsterdam. Apart from these research lines, Geert Poels supervises UGent PhD research on digital marketplaces (Thomas Derave), technology disruption (Patrick Luyts), cybersecurity (Hossein Abroshan, Steve Ahouanmenou), enterprise systems (Adnan Kraljic, Tarik Kraljic), and GDPR (Georgios Georgiadis, Abdel-Jaouad Aberkane). In the period 2005-2020 he was promoter of 13 completed PhD research projects (11 at UGent and 2 at KU Leuven), while currently he is promoter of 11 ongoing PhD projects. Mid 2020 he has 126 publications listed in Web of Science with an h-index of 15. His Scopus h-index is 19. His Google Scholar h-index is 32 with over 3600 citations recorded.

Leave a comment